PD Beleidsplan

Pedagogisch Beleidsplan

Elk kind wordt benaderd als een individu. Er wordt rekening gehouden met de leeftijd en  karaktereigenschappen van een kind en er wordt hen de ruimte gegeven om zich te kunnen ontwikkelen. We gaan ervan uit wat een kind al zelf kan van huis en stimuleren en ondersteunen het hierbij. Hieronder kunt u lezen hoe wij de kinderen stimuleren en ondersteunen.

Emotionele Veiligheid

Overdracht schriftjes en communicatie met ouders :

De Groei en Bloei vindt het van groot belang dat er een goede communicatie is met ouders. Dit  zorgt ervoor dat pedagogisch medewerkers kunnen inspelen op signalen en thuissituatie van het kind. Daarnaast is het fijn voor ouders om te horen hoe het gaat met hun kindje. Voor het kind is het prettig te merken dat de pedagogisch medewerkers iets weten van de thuissituatie en dat de ouders weten hoe het op het kinderdagverblijf was.

Het kinderdagverblijf:

Bij het kinderdagverblijf krijgen kinderen krijgen hun eigen overdracht schriftje, waarin ouders/verzorgers en medewerkers hun aandachtspunten kunnen noteren. Daarnaast is er een mondeling overdracht bij breng en haal momenten , eventueel kunnen deze overdrachtsgesprekken hierin ook genoteerd worden. Het overdracht schriftje dient tevens als herinneringsboekje, de leuke verhalen beschrijven wat het kind heeft meegemaakt. Daarnaast kunnen er foto’s , knutselwerkjes en andere dingen worden toegevoegd. Na vier jaar ligt er een prachtig boekje waarin , herinneringen , ontwikkelingsinformatie en leuke verhalen staan beschreven.

Buitenschoolse opvang:

Naarmate de kinderen ouder worden, loopt de ontwikkeling minder snel. Daarbij krijgen ouders vanuit school rapporten, overdrachten etc. over de ontwikkeling van het kind. Om deze reden hebben de BSO kinderen geen overdracht schriftje. Indien ouders / verzorgen dit wensen is het wel mogelijk om een overdracht schriftje te maken. De overdracht tussen ouders / verzorgers en de BSO wordt tijdens de (breng) haal momenten mondeling gegeven.

Op de BSO worden wel van elk apart een herinneringsboekje aangemaakt, hierin worden knutselwerkjes, foto’s van uitstapjes en andere mooie dingen in gestopt.

Wennen:

Voor zowel ouders als kinderen kunnen de eerste dagen kinderopvang erg spannend zijn. De kinderen krijgen allemaal nieuwe prikkels binnen. Zij maken kennis met de nieuwe omgeving, geluiden, andere kinderen en de liefdevolle pedagogisch medewerkers. Ook voor ouders is het vaak een spannende tijd, na een periode van hecht samen zijn is de tijd gekomen dat je weer aan het werk moet. Je vertrouwd je dierbaarste aan kindercentrum De Groei en Bloei toe, wij zullen dan ook met grote zorg voor u kindje zorgen. Gezien zowel kinderen als ouders moeten wennen aan de nieuwe situatie is er binnen kindercentrum De Groei en Bloei een wenperiode. Onder het kopje ouderinformatie vindt je meer informatie over de eerste wenperiode. Het uitgangspunt van de wenperiode is dat kinderen de mogelijkheid krijgen rustig te wennen aan de nieuwe situatie. Op deze manier kan er een veilige maar vooral stevige basis worden gelegd voor de band tussen kind en pedagogisch medewerker waardoor de emotionele veiligheid kan worden gewaarborgd.

Vaste gezichten en vriendjes:

Kinderopvang De Groei en Bloei streeft erna te werken met een vast team. Helaas kun je wisselingen in het team niet altijd voorkomen. Zo kunnen pedagogisch medewerkers ziek worden of op vakantie gaan. Een belangrijk uitgangpunt van Kinderopvang De Groei en Bloei is dat elke groep maximaal drie vaste pedagogisch medewerkers hebben. Daarnaast wordt er gewerkt met een vast invalteam. Voordat invalkrachten worden opgeroepen wordt er geprobeerd gebruik te maken van een vaste pedagogisch medewerker van de andere groepen, deze medewerkers kennen de kinderen door het samenvoegen, samen buitenspelen en het opendeurenbeleid.

Liefde en begrip:

Aan de basis van ontwikkeling staat emotionele veiligheid. Wanneer een kind zich niet prettig , niet veilig of niet geborgen voelt zal het kind zich niet volledig kunnen ontdekken en ontwikkelen. Wij werken daarom vanuit het basisprincipe dat alle pedagogisch medewerkers liefdevol en begripvol zijn naar de kinderen. Er is ruimte voor een liefdevolle knuffel en een kusje, er is ruimte voor individuele aandacht, hierdoor wordt er een band gecreëerd met elk kind. Daarnaast is er begrip voor de emotie van kinderen, deze worden benoemd, de kinderen worden getroost en alle tranen worden gedept. Pedagogisch medewerkers nemen de tijd om kindjes te troosten of emoties te benoemen. De oudere kinderen kunnen deze emoties wellicht zelf al benoemen,  bij de jonge kinderen doen de pedagogisch medewerkers het voor het kind; ‘ik zie dat je verdrietig bent’. Belangrijk is dat de pedagogisch medewerker samen tot een oplossing komen om de emotie om te draaien naar iets positief. Is het kind verdrietig dan zoekt de pedagogisch medewerker samen met het kind of zelf naar een manier waarop het kind zich weer wat prettige voelt, bijvoorbeeld samen het lievelingsboekje van het kind lezen. Elk kind heeft hierbij een andere aanpak nodig, de pedagogisch medewerker is begripvol en probeert bij elk kind aan de wensen te voldoen. Vanuit deze liefdevolle en begripvolle houden kan er een band bestaan tussen pedagogisch medewerkers en kinderen.

De kinderen krijgen het gevoel dat zij ook binnen het kindercentrum altijd iemand hebben om op terug te vallen, een veilige basis van waaruit zij kunnen gaan ontdekken en ontwikkelen.

Deze veilige basis bestaat uit liefdevolle pedagogisch medewerkers die altijd naast het kind staan, met een luistert oor.

Huiselijke inrichting:

Door de inrichting huiselijk te houden met daarin uitdagende spelelementen en hoeken kunnen de kinderen volop op ontdekkingstocht. De kdv kinderen krijgen vaste slaapplekken. Kunnen hun eigen knuffel gebruiken en in hun eigen slaapzak slapen om het gevoel van ‘thuis zijn’ te behouden. In elke groep (kdv en bso) zal er éen groepsoverdracht schrift aanwezig zijn, waarin de medewerker belangrijke informatie over de groep of over een kind van die groep kan noteren. Op deze manier kan de interne overdracht naar collega die bijvoorbeeld komt invallen, beter functioneren.

Structuur en voorspelbaarheid ( 3R , rust reinheid en regelmaat)

Naast een veilige basis is structuur en voorspelbaarheid prettig voor kinderen. Bij een duidelijk structuur en voorspelbaarheid kunnen kinderen zich voorbereiden op wat komen gaat. Dit zorgt niet alleen voor rust maar ook voor emotionele veiligheid.

Naast de structuur van het dagritme zijn er dagkaarten. De dagkaarten laten de kinderen zien in welke volgorde er activiteiten plaatsvinden.

Aan het begin van de opvang dag worden de dagkaarten met de kinderen doorgenomen, binnen dit moment worden de kinderen tevens voorbereid op de activiteiten die voor de dag gepland staan.

Daarnaast vertellen pedagogisch medewerkers bij elk eetmoment wat de volgende activiteiten zal zijn, ook dit gebeurt aan de hand van de dagkaarten.

Het bieden van grenzen is ook een onderdeel van structuur bieden. Alle pedagogisch medewerkers werken met dezelfde regels en grenzen, waardoor er voor kinderen geen verwarring kan ontstaan. Daarnaast werken alle medewerkers op dezelfde manier ten aanzien van belonen en corrigeren, waardoor kinderen gewenst en ongewenst gedrag van elkaar leren onderscheiden.

Sociale Competentie

Kinderopvang biedt mogelijkheden aan het kind om te oefenen met de sociale competentie. In een groep dient het kind rekening te houden met andere kinderen, het leert samen spelen maar ook voor zichzelf opkomen als dit nodig is. Het groepsleven in de kinderopvang biedt daarom een grote verscheidenheid aan leermomenten voor de sociale competentie.

We leren de kinderen om samen te spelen en rekening met elkaar te houden. Dit doet een medewerker door middel van actief te luisteren: oogcontact maken, door de knieën te gaan bij kleine kinderen, herhalen en bevestigen. Kinderen beurten geven, uitnodigen of uitdagen, maar ook “stille” kinderen respecteren. Het erop te wijzen dat ze naar elkaar moeten luisteren.

De kinderen leren het ook om te gaan met de verschillen tussen hun. Er worden regelmatig onderwerpen besproken die van betekenis zijn voor de kinderen. Worden geleerd om:

  • Samen te spelen en te delen
  • Om te gaan met zichtbare verschillen tussen hun
  • Om te gaan met elkaar en elkaars hoedanigheid (bijvoorbeeld “de jongste” en “de oudste”)
  • Om zelf initiatieven te nemen
  • Om contacten te leggen met andere kinderen
  • Om te gaan met conflict situaties
  • Hun ervaringen te delen met andere kinderen (bijvoorbeeld de geboorte van een broertje/zusje)

Inzicht hebben in eigen emoties en die van andere:

Duidelijk durven spreken, durven zeggen wat het denkt en voelt, zijn belangrijke vaardigheden. Ze hebben deze vaardigheden nodig om aan anderen te laten weten wat het bedoelt of wat het wilt en vooral wat het niet wilt. Kleine kinderen gebruiken daarvoor lichaamstaal. Tijdens de begeleiding komen de vier basis emoties aan bod, namelijk  boosheid, blijdschap, verdriet en angst.

  • Boosheid: omgaan met teleurstelling. Bijvoorbeeld tegen je verlies kunnen en accepteren.
  • Blijdschap: complimentjes geven, complimentjes ontvangen en eventueel knuffelen.
  • Verdriet: reageren op gedrag van anderen. Bijvoorbeeld als het uitgelachen, nageroepen of afgewezen wordt.
  • Angst: voorbereiden op spannende situaties. Bijvoorbeeld de wen periode met anderen in een groep.

Door de emoties te benoemen, in gesprek te gaan met het kind maar met name de emotie te erkennen leert het kind dat de emoties er mogen zijn. Daarnaast leer het kind zijn eigen emoties te benoemen in samenspel, waardoor eventuele conflicten tijden voorkomen kunnen worden.

Kinderen moeten daarnaast leren om rekening te houden met andere, de gevoelens van andere en emoties van andere. De kinderopvang biedt een prachtige mogelijkheid om hiermee te oefenen. Uiteraard zullen baby’s hierin nog niet kunnen anticiperen, echter kunnen baby’s elkaar wel leren kennen en erkennen. Dit doet de pedagogisch medewerker door baby’s in elkaar buurt te leggen of tegenover elkaar te zetten in wippers, waardoor baby’s elkaar kunnen zien en een stap richting erkenning kunnen maken.

Conflicten in het samenspel:

In samenspel ontstaan er soms ook conflicten. Dit hoort bij het leerproces maar ook bij het leven. Zelf volwassenen hebben soms nog te maken met conflicten. In de kinderopvang leren kinderen de basis van omgang met conflicten.

Wanneer een conflict om het gedrag van een kind gaat praat de pedagogisch medewerkers met het kind. Doormiddel van praten en vragenstellen laat de pedagogisch medewerker het kind inzien dat het gedrag ongewenst was. Denk hierbij aan bijvoorbeeld slaan, vragen die een pedagogisch medewerker kan stellen aan een kind zijn; wat heb jij gedaan? Hoe voelt het andere kindje zich nu? Denk je dat het pijn heeft gedaan? Hoe kunnen wij dit nu oplossen? De pedagogisch medewerker coach het kindje, afhankelijk van de leeftijd kan de pedagogisch medewerker ook zelf antwoord geven op de vragen. Het doel is om kinderen in te laten zien wat het gedrag met een ander kindje heeft gedaan om vervolgens uiteraard sorry te zeggen.

Wanneer het conflict gaat om speelmateriaal zal de pedagogisch medewerker het speelmateriaal tijdelijk af pakken, waarbij zij de kinderen vraagt om na te denken hoe zij samen zonder conflict met het speelmateriaal kunnen spelen. Ook hier coacht de pedagogisch medewerker, afhankelijk van de leeftijd kan de pedagogisch medewerkers ook zelf antwoord geven op de vraag.

Het groepsgevoel:

Het is belangrijk om positieve sfeer in de groep te hebben. Kinderen leren elkaar kennen en kunnen vriendschappen opbouwen, daarbij waarborgt een positief groepsgevoel voor een deel de emotionele veiligheid van de kinderen. De pedagogisch medewerkers stimuleren een positief groepsgevoel door samen activiteiten te ondernemen, het gezamenlijk aan tafel te eten is hiervan een mooi voorbeeld. Het is een terugkerend ritueel, waarin alle kinderen worden verwelkomt, elk kind wordt erkent als onderdeel van de groep hoewel de activiteit als groep ondernomen wordt.

In groepering van schoolkinderen komt helaas pesten ook nog vaak voor. Om deze reden is er binnen dit pedagogisch beleidsplan extra aandacht besteed aan pesten. Kinderopvang De Groei en Bloei moet voor elk kind een veilig basis zijn. Een plek waar zij graag naar toe komen, waar de sfeer prettig is en zij helemaal zichzelf kunnen zijn. Pesten wordt dan ook niet getolereerd op de buitenschoolse opvang.

Wat is pesten?
In een veilige omgeving kun je te vaak plagen, vervelende grapjes maken of een begin van pesten nooit helemaal uitsluiten. Maar je kan er als team samen met de kinderen wel voor zorgen dat het niet tot langdurig pesten of ‘herhaald geweld’ Slechts onder bepaalde voorwaarden spreken we over pesten:

  • Pesten gebeurd systematisch. Wie gepest wordt, staat herhaaldelijk en over een lange periode bloot aan pesterijen. Dat in tegenstelling tot plagen. Plagen is onschuldig en blijft eerder eenmalig.
  • Bij pesten is de machtsverhouding ongelijk. De pester is steeds sterker dan de gepeste. De gepeste kan zich moeilijk verdedigen tegen degenen die pesten.
  • Schade: er ontstaat lichamelijke, materiële en/of geestelijke schade.
  • Herhaald: het gaat vaak om dezelfde pester(s) die het op een slachtoffer gemunt hebben
  • Opzet: de pester weet meestal heel goed dat het om pesten gaat, maar gaat er bewust mee door. Plagen is vaak een incidenteel, onbezonnen en spontaan negatief gedrag, waarbij humor een rol kan spelen. Het herhaaldelijk en langdurig karakter ontbreekt hierbij. Het plagen speelt zich af tussen twee kinderen of groepen die min of meer gelijk hebben. Pesten word gekarakteriseerd door het feit dat er sprake is van herhaaldelijke negatieve acties naar een persoon die meestal ook niet gelijk is aan de pester(s). Wat het slachtoffer ook doet, het is nooit goed. Op de achtergrond is vaak een zwijgende groep kinderen erbij betrokken. Zij vormen het publiek van de pester, waar hij zijn succes aan af meet.

Signalen van pesterijen:

  • Eventueel vrienden van de gepeste ook buiten gaan sluiten
  • Herhaaldelijk zogenaamd leuke opmerkingen maken over iemand in de groep
  • Een kind in de groep voortdurend ergens de schuld van geven
  • Briefjes doorgeven
  • Opmerkingen maken over kleding of andere uiterlijke kenmerken
  • Buiten school/buiten schoolse opvang tijd het kind opwachten, slaan of schoppen
  • Op weg naar huis achterna lopen
  • Bezittingen afpakken en/of kapot maken
  • Schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer
  • Nooit bij de eigen naam noemen , vaak een bijnaam.

Hoe herken je een pester?

  • Problematische thuissituatie van de pester. Er wordt thuis bijvoorbeeld weinig aandacht aan het kind geschonken.
  • Gevoel van anonimiteit. De pester voelt zichzelf alleen in de groep en probeert zich door iemand naar beneden te drukken belangrijk te maken.
  • Kinderen moeten voortdurend met elkaar de competitie aangaan. Hierdoor ontstaat er geen gevoel van eigenwaarde.
  • Strijd om macht in de groep.
  • De pester ziet voorbeelden van autoritaire leiderschapsstijl, bijvoorbeeld bij pedagogisch medewerker of leerkracht.

Hoe kun je pesten voorkomen?
Kinderen moeten leren hoe je met conflicten omgaat in de groep. Belangrijk hierbij is om het met kinderen te hebben over:

  • Respect: Hoe ga je met elkaar om? Wat is respectloos en wat niet?
  • Normaal: Wat is normaal gedrag? Wat zijn de regels op de buiten schoolse opvang hiervoor en wanneer ga je over de regels heen?
  • Grenzen: Hoe geef je de grens aan. Wanneer is NEE ook echt nee?
  • Geweld: Hoe los je conflicten op zonder geweld?
    Het eenmalig afspreken van gedragsregels of anti-pestprotocol is niet voldoende. Het gaat ook om het trainen van sociale vaardigheden en het leren conflicten zonder geweld op te lossen. Dat vraagt van alle kindren dat leren tijdig ‘Nee’ en ‘Stop’ te zeggen en de geweldloze bemiddeling van andere inroepen als het pesten niet stopt. Wij proberen kinderen op de buiten schoolse opvang weerbaar te maken door ze veel conflicten zelf te laten oplossen. Aan de andere kant leren wij kinderen de grens van anderen te respecteren. Nee en stop, dat betekent ook nee en stop. Op de buiten schoolse opvang hebben wij het regelmatig over buitensluiten en hoe je met kinderen omgaat. Wij spelen hier in op de beleving van de kinderen. ‘Denk eens in hoe jij je zou voelen als…’ werkt hierbij goed.

Op de groep voorkomen we pesten concreet door:

  • Agressie in banen houden door te bewegen.
  • Sporten in competitieverband binnen de workshops, omgaan met regels en winnen en verlies.
  • Sporten zonder competitie binnen de workshops, niet alles draait om winnen en verlies.
  • Meegeven van waarden en normen.
  • Kinderen veel verantwoordelijkheid geven.
  • In gesprek gaan met kinderen over pesten, buitensluiten doen wij niet.
  • Pedagogisch medewerker geven zelf positief leiding.

Hoe handelt Kinderopvang De Groei en Bloei als er gepest wordt?
Wij streven ernaar dat iedereen op onze buiten schoolse opvang zich goed voelt. Het is dus heel belangrijk dat pesterijen gemeld worden. Doe dat bij de pedagogisch medewerkers of bij de leidinggevende van de buiten schoolse opvang. We vinden het ook belangrijk om de houding van de kinderen in de groep aan te pakken.  Dit geld voor alle kinderen die pesten, ook als zij passief hebben deelgenomen. Kinderen zullen dit gedrag niet uit zichzelf veranderen maar moeten een voorbeeld krijgen van hoe het wel hoort. Het is belangrijk dat ouders betrokken worden om het pesten aan te pakken. Het is zowel voor de pester als het slachtoffers van belang dat de ouders meehelpen om hun gedrag op de juiste manier te veranderen. Als blijkt dat er bij Kinderopvang De Groei en Bloei een kind gepest wordt, zal er samen met ouders gezocht worden naar een oplossing voor dit probleem. Signaleren en voorkomen vinden wij een belangrijke taak. Als het gaat over het oplossen van het probleem zoekt Kinderopvang De Groei en Bloei contact met andere instanties zoals school. Samen kunnen zij dan een handelingsplan opstellen.

Persoonlijke Competentie

Elk kind heeft eigen interesses. De Groei en Bloei biedt de mogelijkheid en ruimte voor het kind om zich te ontwikkelen in de richting die het wilt. Het wordt begeleidt in het ontdekken van de wereld om zich heen, zodat het de mogelijkheid heeft te ontdekken wat het leuk vindt en zelfstandig kan doen. Hierbij worden kansen geboden voor het ontdekken van eigen persoonlijkheidskenmerken zoals zelfvertrouwen, initiatief en interesse maar ook voor zelfoverwinning en zelfredzaamheid. Voor wat het kind zelf niet kan doen, wordt het uitgedaagd en gestimuleerd tot nieuwe spannende dingen, zodat het zijn grenzen kan verleggen. Als het kind erin niet slaagt een uitdaging te overwinnen, wordt er toch positief op gereageerd, zodat het kind het nogmaals wil proberen. Kinderen moeten zich op hun eigen tempo kunnen ontwikkelen. Hierbij kijken we naar de leeftijd van het kind en het ontwikkeling vermogen. We zorgen voor persoonlijke competentie in groepsverband en dat we plezier met elkaar hebben, maar er ook plek is om elkaar te troosten.

Spelend ontwikkelingen:

De persoonlijke ontwikkeling bestaat uit een grote verscheidenheid aan ontwikkelingsgebieden, van motorische-zintuigelijke ontwikkeling tot de cognitieve ontwikkeling. Bij Kinderopvang De Groei en Bloei geloven wij erin dat al deze ontwikkelingsgebieden gestimuleerd worden door spel, van vrijspel tot een leuke activiteit. De nadruk ligt bij Kinderopvang De Groei en Bloei met name op plezier beleven, binnen het plezier beleven creëert de pedagogisch medewerkers kansen voor kinderen om zichzelf verder te ontwikkelen. Te ontdekken of zij handelingen in het volgende ontwikkelingsstadium kunnen. Dit doet zij niet alleen in het aanbieden van leuke activiteiten maar ook in het aangrijpen van ongeplande leermomenten, het stimuleren van experimenteren en vooral laten spelen van kinderen

  • Aangrijpen van ongeplande kansen om te leren, soms gebeurt het dat je als pedagogisch medewerkers geen activiteit of ontwikkelingsstimulans gepland hebt maar dat door een vraag of opmerking van een kind een ontwikkelingskans ontstaat. De pedagogisch medewerker grijpt deze kans en draait de situatie om naar een ontwikkelingsstimulans. Voorbeelden zijn, gekleurde bekers uitdelen en de kleuren benoemen, een dreumes verschonen die naar zijn buik wijst en zegt “buik”, waarop je meerdere lichaamsdelen gaat benoemen etc.

De pedagogisch medewerker pikt signalen op van de kinderen en maakt hier een spelenderwijs, kort en leuke kans om te leren van.

  • Stimuleren van experimenteren, zelf ontdekken is een grote schat van ontwikkeling. Tijdens vrijspel hebben de kinderen de mogelijkheid om te experimenteren naar eigen inzicht. Het kind leert door zelf te ondernemen en zelf te kiezen. Om deze reden is er dan ook elke dag de mogelijkheid om spelend te leren oftewel vrijspel.

Tijdens dit spelend leren gaan pedagogisch medewerkers rustig observeren, zij kunnen kinderen begeleiden met hetgeen wat zij aan het ontdekken zijn. De ene keer kan zij een rollenspel begeleiden om de sociale ontwikkeling optimaal te stimuleren, de andere keer kan zij samen met een kindje naar de mogelijkheden van blokken stapelen kijken. Belangrijk is dat de pedagogisch medewerker aansluit bij hetgeen wat de kinderen doen en eventueel een vervolg stapje aanbieden, de zone van naaste ontwikkeling.

  • Het los laten van kinderen is ook van belang. Het belang van stimuleren van experimenteren en het begeleiden bij spelend leren is dat de pedagogisch medewerker ook los laat. Soms is het vanaf een afstand observeren en in de buurt zijn voldoende voor kinderen. Zij weten dat er een veilige basis is om op terug te vallen. Het is belangrijk dat de pedagogisch medewerkers een goed balans vindt tussen het loslaten en begeleiden / stimuleren. Dit zal zij vinden door kinderen te observeren en in te gaan op de signalen die het kind afgeeft.

Activiteiten:

Wij laten ruimte aan het kind voor eigen initiatief en eigen ideeën met betrekking tot het aangaan en uitvoeren van een activiteit. Hierbij worden kansen geboden voor het ontdekken van eigen persoonlijkheidskenmerken zoals zelfvertrouwen, initiatief en interesse maar ook voor zelfoverwinning en zelfredzaamheid. Er wordt een gevarieerd aanbod van activiteiten, van zowel gestructureerde activiteiten als vrij spel, aangeboden. De kinderen worden door middel van verscheidene activiteiten, die gericht zijn op de ontwikkeling van het kind, uitgedaagd.
Activiteiten die wij bieden:

  • Activiteiten die vaardigheden op specifieke gebieden versterken (bijvoorbeeld plakken, knippen, prikken)
  • Activiteiten gericht op 4 seizoenen en thema’s (bijvoorbeeld zon, regen, bomen en planten)
  • Activiteiten die de kinderen kennis laten maken met de dagelijkse dingen (bijvoorbeeld opruimen, handen wassen en respectvol omgaan met anderen)
  • Activiteiten die de kinderen leren om te focussen(denksport), luisteren en uitleven met controle binnen kader van papier. (bijvoorbeeld puzzels, kleuren, boeken lezen/ voorlezen, tekenen en ‘schat’ zoeken)
  • Activiteiten die kinderen leren om goed te luisteren en te beelden (luisteren naar

geluiden en raden hiervan, zingen en muziek maken/luisteren)

  • Activiteiten die de kinderen kennis laten maken met bepaalde beroepen en of kunnen uitleven in een fantasie figuur met bijvoorbeeld verkleden als dokter, brandweerman, clown, prinses, engel etc.
  • Meehelpen met huishoudelijke klusjes, kinderen mogen helpen met de tafel dekken en afruimen en helpen met schoonmaken. Daarnaast leren wij de kinderen al op jonge leeftijd dat zij zelf het speelgoed waarmee zij hebben gespeeld moeten opruimen na het speelmoment.
  • Oefenen in de buitenwereld , kinderopvang De Groei en Bloei gaat regelmatig met de kinderen een wandeling maken in de buurt, op uitstapje of betrekt de kinderen bij de boodschappen doen. Hierbij kun je eraan denken dat als bijvoorbeeld een kookactiviteit wordt aangeboden, de kinderen zelf de boodschappen gaan doen met de pedagogisch medewerker en zelf ‘betalen’. op de manier leren kinderen om te gaan met handelingen van de buitenwereld.

De kinderen worden vrij gelaten om zelf de keuze te maken of ze doen mee aan de activiteiten maar worden wel gestimuleerd om deel te nemen. Dit geldt voor kdv en voor bso  

De taalontwikkeling:

De taalontwikkeling is een belangrijke ontwikkeling. Kinderen leren praten, verwoorden wat zij denken , voelen en willen en uiteindelijk leren zij lezen en schrijven. Bij kinderopvang De Groei en Bloei willen wij de taalontwikkeling graag stimuleren, zonder hierbij schools te leren. Dit doen wij op de volgende wijze:

Individuele gesprekken: Eén op één gesprekjes te voeren met de kinderen en erop letten dat het kind Nederlands of dialect praat. Mocht het kind een woord verkeert uitspreken of zeggen, het woord op juiste manier herhalen in het antwoord. Op deze wijze worden zij niet direct geconfronteerd dat zij het ‘fout’ doen maar krijgen zij de mogelijkheid de juiste uitspraak of het juiste woord te horen.

Boeken voorlezen: voorlezen stimuleert de woordenschat en oefent kinderen in begrijpend luisteren. Er wordt op zowel het kinderdagverblijf alsmede de buitenschoolse opvang minimaal één keer per dag voorgelezen. Dit kan zijn voor een eetmoment, als activiteit of als rustmoment. De pedagogisch medewerker beoordeelt per dag wanneer het , het beste moment is om voor te lezen. De boeken die worden uitgekozen passen bij de leeftijd van de kinderen.

Stimuleren communiceren van pedagogisch medewerkers, naast de individuele gesprekken kan de communicatie van de pedagogisch medewerker bijdragen aan de taalontwikkeling van het kind. De pedagogisch medewerker zal binnen haar communicatie zoveel mogelijk benoemen wat het kind doet, ziet en of denkt. Naarmate het kind ouder wordt zal de pedagogisch medewerker in gesprek gaan met het kind en doormiddel van vragen het kind uitlokken tot communicatie.

Liedjes zingen, De Groei en Bloei wilt kinderen spelenderwijs stimuleren in dienst ontwikkeling. Door liedjes te zingen leren kinderen nieuwe woorden, betekenissen en kunnen zij oefenen met de uitspraak, daarnaast is liedjes zingen vooral leuk. Elke dag wordt gezongen, bij het kinderdagverblijf voor elk eetmoment, bij de BSO wordt er gezonden als activiteit. Bij de BSO wordt er dan ook niet elke dag of op een vast moment gezongen. De pedagogisch medewerkers proberen op de BSO de kinderen nieuwe liedjes te leren en indien oudere kinderen hier behoefte aan hebben zelfs Engelstalige liedjes.

De lichamelijke ontwikkeling:

De lichamelijke ontwikkeling heeft betrekking op het leren bewegen en is in te delen in grove en fijne motoriek. Bij fijne motoriek gaat het om de handmotoriek en andere (kleine) bewegingen zoals kralen rijgen, schrijve en het maken van fijne bewegingen. Bij grove motoriek gaat het om grote lichamelijke bewegingen zoals rollen, lopen, dansen, balanceren, springen, et cetera.

De basis voor de motoriek wordt gelegd in de eerste twee levensjaren, maar blijft zich ook daarna verder ontwikkelen. Het is voor ons belangrijk om kinderen in hun motorische ontwikkeling te (blijven) ondersteunen en stimuleren door middel van spel, bewegingsactiviteiten en bewegingsruimte, zowel binnen als buiten. Kinderen moeten zich vrij kunnen bewegen en hun energie kwijt kunnen. Bijkomend voordeel is dat niet alleen de motoriek geoefend wordt, maar dat ook overgewicht wordt tegengegaan.

Wij stimuleren de lichamelijke ontwikkeling als volgt:

Buiten spelen, Buiten wordt anders gespeeld dan binnen. Het vraagt andere vaardigheden van kinderen en biedt kinderen de mogelijkheid te ontdekken. De buitenruimte maakt kinderen nieuwsgierig , prikkelt de zintuigen en daagt elk kind uit. De buitenruimte is geschikt voor zowel actieve en rustige activiteiten, alleen of samen, avontuurlijk en fantasierijk. Wij stimuleren buiten de kinderen door bewegingsactiviteiten aan te bieden passen bij de ontwikkeling, van tikkertjes tot hinkelen naar fietsen.

Bewegingsactiviteiten, naast buitenspelen waar veel wordt bewogen en ontdekt worden ook binnen bewegingsactiviteiten aangeboden. Dit kan in de vorm van dansen, kleine opdrachtjes of spelletjes. Afhankelijk van de leeftijd wordt de activiteit in groepsverband en of individueel aangeboden. Denk hierbij bij de BSO aan een dance battle en bij een baby aan het stimuleren van het oprollen of zitten als één op één activiteit met de pedagogisch medewerker.

De cognitieve ontwikkeling:

Kinderen leren door middel van het spelen. Spelenderwijs in aanraking met allerlei verschillende prikkels. Het leert om informatie uit hun omgeving te verwerken, op te slaan en om deze verworven vaardigheden en kennis op een later tijdstip weer te kunnen gebruiken of toe te passen. Door middel van kijken, horen, ruiken, proeven en voelen wordt de wereld vanaf het prille begin al door de baby verkend en ons doel is stimuleren hierbij. Vrijheid geven om te leren en werken hieraan zodat het cognitief goed kan ontwikkelen en eigenschappen kennen. Een uitdagende omgeving, met interessant speelgoed en waarin wij het kind stimuleren en helpen, zijn essentieel voor de ontwikkeling.

Observaties:

De medewerkers zullen maandelijks een verslag van o.a. het welzijn en ontwikkeling van ieder kind maken en deze vervolgens, indien gewenst of noodzakelijk, met de ouders/verzorgers delen. Op deze manier kunnen de medewerkers de ontwikkeling en eventuele veranderingen van elk kind volgen. Daarnaast is er jaarlijks een oudergesprek, waarbij ouders en pedagogisch medewerkers samen praten over de welzijn en ontwikkeling van het kind.

Spelmateriaal:
Het spelmateriaal past bij leeftijd, ontwikkelingsfase, fysieke en geestelijke mogelijkheden van een kind. Het materiaal maakt emoties los van plezier, pret, verassing, verwondering, ongeduld of teleurstelling. De wijze waarop de pedagogische medewerker het spelmateriaal aanbiedt, biedt kansen voor individuele leermomenten, zelfoverwinning, zelfstandigheid en zelfredzaamheid.

Wij bieden spelmateriaal aan wat:

  • Spannend, uitdagend en interessant is maar ook vertrouwd
  • De kinderen kan prikkelen (bijvoorbeeld speelgoed met kleur en/of geluid)
  • Die aanzetten tot ontdekken, grenzen verkennen en overwinnen
  • Eigenschappen heeft die kunnen leiden tot individueel spel als samenspel
  • Verkleed kleding om zich uit te leven

Bij het kiezen van ons speelmateriaal proberen wij zoveel mogelijk gebruik te maken van levensechte dingen of materiaal wat op levensechte dingen lijkt.

De binnen speelplaatsen zijn ook zo ingericht dat er voor de kinderen samen of alleen genoeg te ontdekken en te experimenteren valt. De ruimten zijn voor kinderen op herkenbare wijze ingedeeld met plaatsen voor rust en actie en mogelijkheden die aansluiten bij leeftijd en ontwikkelingsfasen van een kind.

Er zijn afspraken over het kiezen van spelmateriaal, het gebruik ervan en het opruimen. Daarnaast zijn er gedragsregels over individueel of gezamenlijk spel.

Overdracht van Normen en Waarden

Socialisatie is het goed kunnen functioneren in de samenleving en het moet zich de regels, normen en waarden, ofwel de ‘cultuur’ van die samenleving eigen maken. Vanaf hun geboorte worden kinderen gesocialiseerd binnen het gezin. Via beloning en straf, via instructies en uitleg en door dingen voor te doen, leren ouders/verzorgers het niet alleen de gedragsregels die binnen het eigen gezin gelden, maar ook regels, normen en waarden die zij van belang achten voor het functioneren van hun kind buiten het gezin. Ook binnen het kinderopvang wordt gesocialiseerd. Het leert daarbij niet alleen de groepsregels, maar impliciet en tevens expliciet ook meer algemeen waarden en normen. De groepssetting van het kinderopvang, waar kinderen in aanraking komen met andere kinderen en volwassenen (bijvoorbeeld ander talig, met een andere sociale en culturele achtergrond) biedt daartoe extra mogelijkheden. De socialisatie bij ons gebeurt ook door middel van de medewerker het kind laat ervaren dat het een goed mens is door deze te betrekken bij het troosten, helpen van andere kind en taken geven. Duidelijk uitleggen wat er van het word verwacht en erbij helpen tot dat dit haalbaar is voor het kind. Medewerker zal laten zien dat zelf ook menselijk is en wel eens een fout kan maken, waardoor gevoel voor schaamte minimaliseert.

Wij hechten veel waarde aan de normen en waarden en hanteren o.a. : respectvol omgaan met elkaar, luisteren naar elkaar en proberen te begrijpen waarom iedereen anders is. Medewerkers van Kinderopvang De Groei en Bloei dragen hierin een voorbeeld functie uit.

Er worden duidelijke afspraken gemaakt over wat kan, mag en verboden is. Wij gaan ervan uit dat gedrag over het algemeen aangeleerd is en dat het dus ook weer afgeleerd

kan worden. Wij proberen gewenst gedrag te bereiken door het te stimuleren, door daaraan aandacht te schenken. Het belonen en stimuleren van gewenst gedrag heeft meer effect dan het corrigeren van ongewenst gedrag. Schelden, beledigen, vloeken en pesten is verboden. Wij proberen bij alle gevallen het eindresultaat te krijgen dat het kind begrijpt dat het verkeerd was en een excuus aanbod naar voren komt. Zo zal het bewust worden van betekenis respect. Af en toe is het toch nodig om kinderen te corrigeren, de medewerker moet een bewuste afweging maken of een alternatieve oplossing vinden. Mocht een kind naar een ander kind of medewerker, bewust of onbewust schelden, beledigen of vloeken wordt het kind direct hierop aangesproken en spoelt mond met een beetje water. Vervolgens wordt het verteld waarom dit niet kan. Mocht het kind nog steeds hiermee willen doorgaan, dan laten we het kind even apart zitten van de groep, ergens even niet meer mee mag spelen. Hoelang dit duurt is afhankelijk van het ontwikkeling, leeftijd en situatie van het kind. Medewerker die een kind apart plaatst, is ook degene die het kind weer bij betrekt in de groep en het verder goed afhandelt. Bij deze gevallen worden de ouders/verzorgers van het kind op de hoogte gebracht. Pesten wordt niet getolereerd doordat het herhaaldelijk en langdurig psychische en/of lichamelijke mishandelen van een of meerdere personen, die niet in staat zijn zichzelf te verdedigen. Afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind proberen wij het duidelijk te maken waarom het niet mag. Wij proberen dit met het kind/eren uit te praten. Lezen boeken voor over pesten en gaan erover napraten in het groep. Dit draagt bij aan het waarborgen van de groepseenheid. Bij bso kind letten wij er extra op om te kunnen signaleren of dit ook eventueel buiten de opvang of op school gebeurt zodat ouders/verzorgers die op de hoogte worden gebracht van pesterij ook eventueel met de leraar van het kind kunnen opnemen. Vooroordelen, discriminerende uitingen en gedragingen kunnen desastreuze invloed hebben, hierdoor ligt in dit opzicht een belangrijke taak aan de medewerkers van Kinderopvang De Groei en Bloei en aan de ouders/verzorgers om samen op een lijn te blijven.

Omgang met bijzonderheden in de ontwikkeling

Wij willen een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van ieder kind. Een open contact met de ouder hierover is dan ook van groot belang. We letten bij ieder kind op alle aspecten van het gedrag, zoals eten, drinken, slapen, motoriek, omgang met andere kinderen etc.

maandelijks observeren wij de kinderen en maken hier een kort verslagje van en één keer per jaar observeren wij alle kinderen aan de hand van een observatieformulier, indien nodig vaker. Er is dan ook jaarlijks een 10 minuten gesprek met ouders. Uiteraard is het altijd mogelijk om een gesprek aan te vragen. Indien wij ons zorgen maken over een kind wordt het onderstaande stappenplan doorlopen:

Opvallend gedrag signaleren;

Het kan gebeuren dat een kind zich binnen een groep onderscheidt door zijn opvallend gedrag of bijzonderheden in de ontwikkeling. Het is de taak van de pedagogisch medewerker de signalen die het kind afgeeft op te merken. Zij dient vervolgens deze signalen in kaart te brengen en deze te bespreken met collega’s. Indien de collega samen constateren dat het gaat om en zorgelijke situatie zal er een kort gesprek met ouders plaatsvinden. De signalen worden met ouders besproken wellicht erkent hij de zorgen. Daarbij wordt er gekeken of er een situatie is ontstaan waardoor het gedrag  en / of ontwikkeling kan worden verklaart. Soms kan het zijn dat er een verandering in gedrag of ontwikkeling een gevolg van een verandering in de omgeving van het kind is. Wanneer dit het geval is zal de pedagogisch medewerker het gedrag of de bijzonderheden in de ontwikkeling monitoren.

Indien Zorgen omtrent gedrag blijven;

Wellicht is er geen aanleiding en blijven er zorgen bestaan over het gedrag of de ontwikkeling van het kind. De pedagogisch medewerker kan besluiten het kind te observeren.

Binnen De Groei en Bloei wordt in de gevallen bijna altijd gebruik gemaakt van een ongestructureerde observaties. Waarin objectief het gedrag en signalen worden beschreven.  Eventueel kan er ook gekozen worden voor de observatielijsten waarvan De Groei en Bloei gebruik maakt.

Na de observaties zal er een oudergesprek plaatsvinden. Samen met de ouders bespreken wij het gedrag en/of ontwikkeling van het kind aan de hand van de observatie die hebben plaatsgevonden.

Raadplegen van externe organisaties;

Na de observatie kan veel duidelijk zijn geworden, daarnaast kan de pedagogisch medewerker een hoop nieuwe signalen hebben gezien. De pedagogisch medewerker kan naast advies van de leidinggevende  ervoor kiezen op een externe organisatie te raadplegen, uiteraard gebeurt dit anoniem in deze fase. Dit kunnen organisaties zijn zoals, kabouterhuis, kind en gezin. Binnen dit gesprek probeer de pedagogisch medewerker meer handvaten te krijgen en vraagt eventueel advies hoe dit bespreekbaar te maken. Er kan hierna worden gekozen om nog meer observatie te doen of een gesprek met de ouders aan te vragen.

Opstellen plan van aanpak en oudergesprek;

In het oudergesprek worden zorgen omtrent het kind geuit. Hierbij wordt uitgelegd dat het kinderopvang hulp nodig heeft om het kind goed te begeleiden en / of het beste uit het kind te halen. In het oudergesprek wordt in overleg met ouders  een plan van aanpak opgesteld. Het plan van aanpak wordt in de praktijk verwezenlijkt door extra stimulatie te geven daar waar nodig.

Soms zijn de zorgen omtrent de ontwikkeling en/of gedrag groot en kan De Groei en Bloei besluiten om professionele ondersteuning te zoeken.

De Groei en Bloei kan een professional op locatie uitnodigen om te observeren. Daarnaast kan De Groei en Bloei ouders aanraden om professionele hulp te zoeken. U kunt hierbij denken aan logopediste, fysiotherapeut , ouder kind centrum etc. Uiteraard gebeuren deze stappen altijd in overleg met de ouder. Voor de juiste doorverwijzing wordt gebruik gemaakt van de sociale kaart. Na het doorverwijzen blijft De Groei en Bloei monitoren of het kind en de ouders de juiste hulp krijgen. Daarbij ondersteunen zij daar waar nodig en mogelijk is.

Indien de ouder de zorg niet deelt, dan is het verstandig om nogmaals anoniem contact op te nemen met een externe partij waar je eerder contact mee hebt gehad. Zij kunnen hierbij adviseren. Daarnaast is het van groot belang te blijven observeren en communiceren met de ouders.

Ons uitgangspunt is om samen met de ouders zo snel mogelijk actie te ondernemen en samen te werken aan het stimuleren van de ontwikkeling of positief gedrag bij het kind. De welzijn van het kind staat hierbij altijd voorop.

Toerusting en ondersteuning pedagogisch medewerkers:

De leidinggevende en assistent leidinggevende begeleidden de pedagogisch medewerkers gedurende het gehele traject. Allereerst zorgen zij ervoor dat de randvoorwaarden aanwezig zijn om de taak uit te voeren zoals de uitleg over observatiemethode maar ook de observatielijsten.

Naast het toereiken van de instrumenten kunnen zij deelnemen aan de oudergesprekken, ondersteunen tijdens het observeren en meedenken aan het plan van aanpak.

Ter ondersteuning is De Groei en Bloei aangesloten bij een externe professional. Dit bedrijf kan tevens de houder en pedagogisch medewerkers adviseren in de te nemen stappen in een traject bij een zorgenkindje.

Uiteraard is bijscholing omtrent het onderwerp opvallende ontwikkeling ook van belang. Om deze reden komt dit onderwerp minstens één keer per jaar aanbod. Dit kan in de vorm van een studiedag, een cursus, een vergadering of een workshop op locatie. De bijscholing kan zowel door externe organisatie worden geboden als intern medewerkers. Met de bijscholing krijgen de medewerkers de kans om de kennis te vergroten en op te frissen. Tevens blijven pedagogisch medewerkers actief bezig met de ontwikkelingspedagogiek van het kind waardoor zij beter en adequater kunnen reageren op signalen van kinderen. Er wordt voor elk jaar een jaarplanning opgesteld waarbij er wordt gekozen welke opleidingen, cursussen en of workshops de pedagogisch medewerkers het betreffende jaar zullen volgen. Op locatie is meer informatie aanwezig over de scholingsjaarplanning.

Dit pedagogisch beleidsplan biedt ouders/verzorgers en medewerkers  inzicht in de pedagogische grondbeginselen van ons kinderopvang en is tevens de leidraad voor de

dagelijkse omgang met uw kinderen. Wij hebben bewust gekozen voor de

hierboven beschreven vorm van kinderopvang. Deze vorm sluit het beste aan bij

onze ideeën om samen met ouders/verzorgers te zorgen voor het welbevinden en de

ontwikkeling van kinderopvang. Ons pedagogisch beleidsplan is geen eindproduct. Regelmatig zullen wij het plan herzien aan de hand van wisselwerking tussen ouders/verzorgers, kinderen en medewerkers.